HamaNelis

Vegan – friendly geneeskunde

Het veganisme neemt toe. Er is een overvloed aan informatie over veeteelt en de schadelijke effecten ervan op het milieu, op onze gezondheid en de wreedheid jegens dieren. Veel van die informatie, althans in Nederland en België, is helaas nog niet door de massamedia zoals televisie, radio en kranten overgenomen. Het meeste is online te vinden als je er gericht naar zoekt. Ondanks het feit dat de massamedia nog te weinig aandacht geven aan zulke urgente problemen, vinden mensen uit alle lagen van de bevolking elkaar in een hoopgevende beweging om de dieren, het klimaat en onze planeet te beschermen.

Maar hoe zit het met medicijnen en diergeneeskunde? Mensen worden zich meer bewust van het onvoorstelbaar wrede lot van dieren in medisch onderzoek. De veranderingen naar alternatieven voor dierproeven en testmethodes voor medicijnen gaan de meeste vegans lang niet snel genoeg. De meeste wetgeving daarvoor is ook nog gebaseerd op verouderde inzichten, en houdt nauwelijks rekening met nieuwere proefdiervrije technieken en methodes. Voorlichters en wetgevers beroepen zich graag op al het nut dat dierproeven hebben opgeleverd, en gebruiken dat als argument om het maar te laten voortbestaan. Het is ook een miljarden-industrie geworden met veel belanghebbers. Wat ze meestal niet bij vertellen is dat veel experimenten volkomen onnodig zijn, omdat ergens ter wereld die proef al eens is gedaan, maar de kennis erover niet terug te vinden is, of alleen in een vreemde taal is gepubliceerd die lang niet alle wetenschappers beheersen, zoals russisch, chinees of japans. Of dat veel dierproeven gewoon maar uit nieuwsgierigheid worden uitgevoerd, en geen ander nut dienen. Experimenten op diersoorten als ratten en muizen zijn zelden goed te vertalen naar een andere diersoort. Daarvoor zijn de fysiologische verschillen gewoon te groot, zodat stoffen totaal anders reageren. Het is welbeschouwd “bad science” om ervan uit te gaan dat een proef met een diersoort iets kan zeggen over hoe een andere zal reageren. Commissies die dierproeven moeten beoordelen keuren maar zelden een experiment af, hoe pijnlijk en onnodig het ook is. Het is geen wonder dat ethisch bewuste mensen daar snel verandering in willen. Maar helaas kunnen die niet van vandaag op morgen worden afgedwongen, zeker nu niet in de CoVid-19 tijd, dat voor een flinke stijging van het aantal proeven zorgt. Ironisch genoeg zijn deze en andere pandemieën alleen maar te danken aan onze onethische omgang met dieren, maar daarover een andere keer meer.

Wat kunnen we doen?

Ik heb al een beetje de reputatie van ‘de veganistische dierendokter’. Ik heb mijn praktijk ingericht om zo angstvrij en milieubewust mogelijk te zijn, en de patiënten zo comfortabel mogelijk te onderzoeken. Als Tierheilpraktiker bied ik mijn patiënten de keuze tussen diverse vormen van therapie, die niet op dieren worden getest. Ik vermijd dierproducten waar mogelijk en pleit ook onvermoeibaar voor volledig, plantaardig, veganistisch dieet voor de eigenaren van en voor mijn patiënten. Dat allemaal voor een optimale gezondheid. Decennialang is ons ten onrechte voorgehouden dat we goede kwaliteit proteïnen alleen maar uit vlees en zuivel kunnen halen. Maar dat zijn pure marketing-praatjes en geen wetenschappelijke realiteit. Plantaardige proteïnen zijn voor ons en voor onze huisdieren op alle fronten een betere en een duurzamere oplossing. Daarnaast werk ik samen met een bereidingsapotheker die een deel van de medicijnen samenstelt. Op deze manier kun je plantaardige capsules voor pijnstillers, plantenextracten, supplementen, orthomoleculaire en (groene) antibiotische middelen krijgen.

Preventie

De diergeneeskunde kan echter nog lang niet helemaal vegan worden genoemd. Ik krijg telefoontjes van ethisch bewuste eigenaren die een diergeneeskundige behandeling zoeken voor hun huisdier, maar niet willen deelnemen aan de onethische praktijken ten aanzien van dieren. Helaas is de geneeskunde in deze tijd nog steeds afhankelijk van het gebruik van dieren. Het is nog steeds wettelijk voorgeschreven geneesmiddelen op een aantal diersoorten te testen.
Het beste wat we nu kunnen doen, is ze zo gezond mogelijk houden, en preventieve geneeskunde gebruiken om de behoefte aan behandelingen te minimaliseren. Dat lijkt in eerste instantie een open deur intrappen, maar op dat gebied valt er nog veel te verbeteren. Vaak zie ik dieren wiens eigenaars eigenlijk te lang hebben gewacht met een onderzoek en waarbij de problemen zo groot geworden zijn dat je de keus tussen een “zachte” aanpak met natuurgeneeskundige middelen en een snelle met reguliere niet meer goed kunt maken. Ook regelmatige goede gezondheidscontroles kunnen veel leed voorkomen. Als je er vroeg bij bent is het immers veel gemakkelijker om een natuurgeneeskundige methode, die vrijwel altijd veel diervriendelijker is of zelfs helemaal dierproefvrij zoals homeopathie, met succes toe te passen.
En natuurlijk de boodschap verspreiden, actie voeren, en professionals ondersteunen die campagne voeren en onophoudelijk werken om dierproeven te vervangen door betere en relevante modellen, zoals Animal Rights, GAIA of Cruelty Free Europe. Dierproeven worden nog steeds voorgesteld als noodzakelijk kwaad, en verzet ertegen wordt onterecht uitgelegd als verzet tegen de medische vooruitgang. Maar die medische vooruitgang en de toelating van medicijnen worden vaak ernstig vertraagd door het verplicht stellen van veiligheids-proeven op diersoorten die fysiologisch gezien weinig te maken hebben de uiteindelijke doelgroep. Het is eigenlijk te gek voor woorden dat dierproeven nog steeds de norm zijn en altijd zonder veel problemen worden goedgekeurd, terwijl alternatieve proefdiervrije methodes op relevantie en kwaliteit worden beoordeeld via enorm tijdrovende procedures. Daar komt alleen maar snel verandering in als veel mensen om veranderingen vragen, zodat ook de vraag naar dierproefvrije medicatie stijgt, of er actie voor voeren.

Voeding

In welvarende landen zoals in West-Europa worden we geconfronteerd met een epidemie van vermijdbare voedingsgerelateerde ziekten zoals coronaire hartziekten, diabetes, overgewicht, gewrichtsziekten, en bijvoorbeeld kanker, niet alleen bij mensen maar ook steeds vaker bij onze huisdieren. Van verzadigd vet is bijvoorbeeld bekend dat het wordt geassocieerd met ontstekingen. Ontstekingscytokines zijn betrokken bij weefselvernietiging. Een plantaardig dieet vermindert deze cytokines en verbetert de balans tussen schadelijke vrije radicalen en beschermende antioxidanten, en ons afweersysteem. Landen die de meeste zuivel gebruiken, hebben de hoogste incidentie aan heupfracturen. Consumptie van zuivel wordt geassocieerd met een toename van o.a. de IGF1-factor en dierlijke hormonen, die verband houden met prostaat- en borstkanker. Toch zijn er nog steeds artsen en diëtisten die patiënten vertellen dat drie porties zuivel per dag nodig zijn voor een optimale gezondheid. Het tegendeel is echter waar en dat wordt bevestigd door talloze recente studies. Voor onze dieren worden nog steeds veel “reststromen”, een mooi woord voor afval, uit de zuivel en vleesindustrie gebruikt door het voer en in allerlei snacks met mooie namen.
In plaats van calcium te verpakken in zuivel vol verzadigde vetten, groeifactoren en dierlijke oestrogenen, is het veel beter die direct te halen uit groene bladgroenten, daar waar veel dieren hun calcium in eerste instantie ook uit halen. Paksoi en boerenkool zitten boordevol calcium en een overvloed aan andere voedingsstoffen die gunstig zijn voor onze algehele gezondheid. Sesampasta heeft bijna vier keer zoveel calcium als melk. Groenten, fruit, bonen en peulvruchten, granen, aardappels en andere knolgewassen, en rijst zijn allemaal vele malen gezonder dan dierlijke producten. Dat geldt ook voor de meeste diersoorten. De trend om vlees en dierlijke producten te promoten heeft ook bij onze huisdieren zijn ingang gevonden, vooral bij de hond. En dat terwijl er al veel onderzoek is gedaan naar de gunstige effecten van plantaardige voeding, bij honden bijvoorbeeld. Honden zijn samen met mensen geëvolueerd naar een meer plantaardig dieet, en kunnen daarop uitstekend gedijen. Daarvan getuigt o.a. hun alvleesklier die inmiddels in tegenstelling tot wolven een hoop amylase produceert. Een plantaardige proteïnerijke voeding kan niet alleen de algemene gezondheid van je hond dramatisch verbeteren, maar ook zijn leven verlengen, overgewicht (een probleem dat door de industriële vlees-promotie steeds vaker voorkomt bij onze huisdieren) effectief bestrijden. Zelfs bij de huiskat (een carnivoor van nature) wordt de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar optimale voeding vanuit een veganistische visie. Dit artikel gaat specifiek in op vegan voeding voor katten.

Milieu

Wetenschappers dringen er bij ons op aan eindelijk kordate stappen te ondernemen, anders gaan we een hoge prijs betalen voor onze onzorgvuldigheid. Met natuurrampen die leefgebieden vernietigen, met plastic in onze waterwegen en de methaan en CO2 uitstoot van veeteelt en fossiele brandstoffen, maken we onze planeet sneller onbewoonbaar dan in welke science-fiction film dan ook.
In mijn praktijk gebruik ik zoveel mogelijk steriliseerbare herbruikbare instrumenten, behalve dan de verplichte mondmaskers, handschoenen, en injectiemateriaal voor eenmalig gebruik, en probeer het afval tot het absolute minimum te beperken. Ik pleit onophoudelijk voor plant-gebaseerde voeding voor zowel mens als dier, vanwege de gezondheidsvoordelen, en vooral om de enorme milieu-, klimaat- en dierwelzijn-schade die de (dier)voedings-industrie met zich meebrengt, te helpen beperken.

Veganistische diergeneeskunde is nu nog geen realiteit, maar goede professionals pleiten steeds vaker voor cruelty-free alternatieven. In een goed georganiseerde democratische samenleving volgt de wet altijd sociale normen en waarden en niet andersom zoals zo vaak voorgesteld. De boodschap is luid en duidelijk – we zijn niet de enigen op deze planeet en we hebben allemaal de plicht om verantwoordelijkheid te nemen. Het is te hopen dat op een dag steeds meer dierenartspraktijken een meer veganistische benadering zullen gaan hanteren.

Tot slot nog een klein overzicht van de huidige stand van zaken: in de diergeneeskunde wordt veel ontwikkeld met stoffen of producten van dierlijke oorsprong, en in veel medicijnen zijn dierlijke producten rechtstreeks verwerkt. Een van de primaire productiemethoden waarbij dierlijke producten worden gebruikt, is het kweken van bacteriën, virussen, andere pathogenen of andere microbiële organismen in een kweekmedium dat cellen bevat die zijn verkregen uit dieren. Dit is een veelgebruikte techniek bij de ontwikkeling van vaccins. Er zijn echter nieuwe zeer geavanceerde alternatieve methodes zonder die kweekmedia, maar die zijn voorlopig nog even in het toelatings-stadium, hoewel de Covid-19 virus de ontwikkeling daarvan flink versnelt. Het is erg moeilijk om vast te stellen of een bepaald geneesmiddel is geproduceerd op een manier waarbij dierlijke producten zijn gebruikt zonder dat na te gaan bij de fabrikant. Het feit dat dierlijke producten niet in het eindproduct zitten en dat medicijnen in het algemeen onder het “mogelijke en praktische” gebied van de veganistische definitie vallen, betekent dat veel veganisten dergelijke medicijnen niet proberen te vermijden. Maar wat als je dat wel zoveel mogelijk wilt? Er komen gelukkig steeds meer goede methoden bij om het gebruik van dierlijke ingrediënten en proefdieren te omzeilen. In de praktijk probeer ik zoveel mogelijk deze toe te passen en informeer de patiënt-eigenaren altijd over de keuzes die er op dat moment zijn, want de ontwikkelingen gaan soms erg snel.

Dierlijke producten zijn o.a.:

    • Lanoline – vet dat wordt gemaakt uit schapenwol
    • Gelatine – afgeleid van varkenscollageen, stabilisator voor sommige vaccins
    • Magnesiumstearaat – fijn wit poederachtig zout dat afkomstig kan zijn van het vet van varkens, kippen of koeien (maar overigens ook van plantaardige afkomst bv. soja, raapzaad of maïs). In een breed assortiment tabletten, capsules en poeders als vulmiddel.
    • Lactose – afgeleid van melkwei, werkt deze suiker als stabilisator in sommige vaccins en in pillen.
    • Stearinezuur – gezuiverd vet van koeien, schapen, katten of honden In diverse tabletten, capsules of medicijnen als emulgator.
    • Glycocholzuur – een zuur dat wordt verkregen uit de gal van verschillende zoogdieren. Voor sommige gastro-intestinale medicijnen.
    • Schellak – afscheiding van insecten. Op diverse tabletten als coating.
    • Trypsine – enzym verkregen uit de alvleesklier van o.a. varkens. Behandelingen voor spijsverteringsstoornissen of osteoartritis

Voor elk van de bovenstaande producten zijn er alternatieven, of alternatieve behandelingen (mits vroeg genoeg gestart en lang volgehouden).

Alternatieven voor dierproeven:

    • “Organs On Chips” en bijvoorbeeld “Physiome on Chips”. Deze microchips systemen zijn o.a. ontwikkeld in Harvard en zijn omzoomd door levende cellen die kunnen worden gebruikt voor ziektemodellering en zelfs de personalisatie van medicijnen. Ze zijn ontworpen om de reactie van het lichaam op medicijnen na te bootsen en zijn een haalbaar alternatief voor testen op dieren.
    • Computermodellering: de kracht van computers is tegenwoordig zo groot dat er zeer geavanceerde modellen kunnen worden ontwikkeld die effectief kunnen voorspellen hoe medicijnen in het lichaam zullen reageren. Vooral de beruchte en wrede toxiciteitstests kunnen daardoor achterwege worden gelaten omdat deze geavanceerde modellen veel beter in staat zijn te voorspellen hoe een organisme of cel op bepaalde stoffen zal reageren.
    • Menselijke vrijwilligers: momenteel mogen geneesmiddelen niet worden getest op mensen in klinische onderzoeken totdat ze de stadia van dierproeven al hebben doorstaan. Maar er is veel nieuw onderzoek dat suggereert dat het gebruik van “microdoses” van voorgestelde geneesmiddelen in proeven met mensen kunnen worden gebruikt als alternatief voor dierproeven en deze veel betrouwbaarder zijn om de werking en neveneffecten te voorspellen.
    • Patiëntsimulatoren: er zijn steeds geavanceerdere levensechte “dummies”, zowel dieren als mensen, ontwikkeld die lijken te ademen, bewegen, stuiptrekken en bijvoorbeeld bloeden. Deze kunnen in plaats van levende dieren worden gebruikt om fysiologie en chirurgische procedures te onderwijzen. Voor studenten zijn deze alternatieven, en ik spreek uit ervaring, veel beter omdat het bij de namaak hond niets uitmaakt of je het verkeerd doet, dus is het is ook vrijwel stressvrij leren.
    • Zo zijn er nog meer veelbelovende technieken en procedures, waarop ik in een ander artikel terugkom. Bedenk dat al deze alternatieven nog regelmatig tegengehouden worden door bedrijven die er financieel belang bij hebben de bestaande situatie te handhaven. Hoe meer mensen zich aansluiten bij deze vernieuwende beweging, hoe beter en hoe sneller de veranderingen gaan. Laat je stem samen met die van ons horen!
Don`t copy text!
0